Land van zand, veen, klei en water

Land van zand, veen, klei en water

In het open landschap van het Oldambt valt het oog gemakkelijk op een klein groepje bomen in de verte. Dichterbij gekomen blijkt dat hier, verscholen tussen de bomen, een mooi, vredig meertje ligt. Maar zo rustig als het water nu lijkt, zo woest ging het tekeer in de tijd dat dit meertje ontstond. Het is namelijk één van de vele kolken in de provincie: restanten van verwoestende dijkdoorbraken eeuwen geleden.

 

Kolken spreken tot de verbeelding. Er zijn talloze volksverhalen over duivelse praktijken rond deze kleine, maar vaak heel diepe watertjes. Zoals het verhaal over een ‘Zeewiefke’ (zeemeermin), dat na een stormvloed niet op tijd terug kan zwemmen naar zee en nu voor altijd gevangen zit in een kolk. Met haar ijle zangstem lokt ze mannen het water in.

Het is niet zo vreemd dat water (de zee) een belangrijke rol speelt in veel Groningse volksverhalen. Het water is voor de Groningers een constante dreiging, maar ook een bron van welvaart. Ons landschap is gevormd door zee en mensenhand.

 

Ontwikkeling van het landschap

Een kaart van de provincie Groningen uit 1616. Wie een beetje zijn best doet, ziet meteen dat er sinds die tijd veel veranderd is. Waar bijvoorbeeld rond 1600 direct ten noorden van Warffum en Usquert de kwelders beginnen, zien we anno 2017 de uitgestrekte Noordpolder liggen. En waar – in het oosten van de provincie - Midwolda volgens de oude kaart grenst aan de Dollard, ligt het nu ten noorden van het door mensen aangelegde Oldambtmeer. De Dollard is kilometers ver teruggedrongen.

 

<p><a href="http://kaarten.abc.ub.rug.nl/FILES/root/grp/krt-1616-grp/krt-1616-grp.jpg">Kaart Bartoldus Wicheringe</a> (1616), collectie Universiteitsbibliotheek Groningen</p>

Kaart Bartoldus Wicheringe (1616), collectie Universiteitsbibliotheek Groningen

Kaarten met reconstructies van het Noord Nederlandse kustgebied vanaf ver vóór het begin van de jaartelling geven een nog veel dynamischer beeld. Tot ver in de middeleeuwen heeft de zee in de huidige provincie Groningen nog vrij spel. Het landschap verandert met iedere stormvloed. Toch is het een relatief dichtbevolkt gebied. De kweldergronden zijn vruchtbaar en leveren volop voedsel voor vee. Vanaf 500 vóór Christus werpen mensen wierden, heuvels, op om veilig te zijn voor hoog water. Bij stormvloeden leven ze op eilandjes in een grote watermassa. Om het land ook bij hoog water droog te houden, beginnen de bewoners in de middeleeuwen met de aanleg van dijken. Eerst alleen ter bescherming, later ook om nieuw land te veroveren.Download Reconstructie van het waddenlandschap, 500 v.C. -2000 na C. .pdf

 

De zee wordt teruggedrongen, maar vindt altijd weer een weg en slaat telkens nieuwe gaten. Dat effect wordt versterkt doordat mensen vanaf de 9e, begin 10e eeuw na Christus uitgestrekte veengebieden ontginnen. Op het veenland verbouwen ze rogge. Maar voor een goede oogst mag de grond niet te nat zijn, dus zorgen de boeren voor ontwatering. Het resultaat daarvan: inklinking van het veen en bodemdaling, waardoor de zee weer meer kans krijgt. https://www.deverhalenvangroningen.nl/alle-verhalen/de-grote-veenkolonisatie-in-de-middeleeuwen En zo krijg het landschap vorm door een voortdurende wisselwerking tussen het handelen van de mens en ontembare krachten van de natuur.

De strijd tegen het water vergt een niet-aflatende ijver. Lange tijd zijn landeigenaren verantwoordelijk voor het onderhoud van dijken op hun grondgebied. Als zij dit verslonzen, zijn de gevolgen rampzalig. Dit komt terug in oude volksverhalen, bijvoorbeeld in het verhaal over Tidde Winnenga: een machtig grootgrondbezitter, die het te druk heeft met geld verdienen om zich te bekommeren om de slechte staat van de dijken op zijn land. Als in 1277 de stormvloed komt, breekt bij Tidde de dijk en ontstaat de Dollard. De eens zo rijke Tidde eindigt als armlastig man in het klooster Palmar, dat later trouwens ook in de Dollard verdwijnt. De moraal van het verhaal ligt er dik bovenop: God straft direct en hebzucht komt voor de val.